Archive for the 'De Oudheid' Category

ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Rome (2)

De stichting en ontwikkeling van Rome. Van dorp naar wereldstad.

753 v.C.: Stichting van de Rome, door een fusie van Latijnen en Sabijnen. De legende van Romulus en Remus is bekend. De stad wordt door een koning geregeerd. Zeven namen zijn overgeleverd, waarvan de laatste drie Etruskische namen zijn. Een herinnering aan de Etruskische overheersing van Rome in de zesde eeuw voor C.

510 v.C.: de laatste koning wordt verjaagd, einde van de Etruskische overheersing, begin van de republiek (res publica). Twee



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Rome (1)

Vóórgeschiedenis:

1000 v.C.: begin van de ijzertijd in Italië. Allerlei stammen bezetten het schiereiland, als gevolg van de volksverhuizingen die in die tijd overal plaats vonden.

900 v.C.: de Etrusken vestigen zich in de streek tussen de Tiber en de Arno (het huidige Toscane). Het blijft tot nog toe een raadsel waar die Etrusken vandaan komen. Al in de oudheid namen sommigen aan dat ze uit Klein Azië, met name uit Lydië, afkomstig waren. Op deze opvatting steunt het verhaal van Vergilius over Aeneas, de held uit Troje, die de stamvader van de Romeinen zou zijn.
Anderen beweerden dat ze een oorspronkelijk Italisch volk zijn, erfgenamen van de



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Rome (inleiding)

In deze sectie hebben we het over het eerste echte



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Perzië (3)

Xerxes werd vermoord en opgevolgd, niet door Darius, zijn zoon en aangewezen opvolger, die beschuldigd werd van moord, maar door Artaxerxes I, een andere zoon. Dat veroorzaakte nog meer onrust in het rijk, vooral een opstand in Egypte. Maar veel weten we er niet van: de enige bron is de Griekse arts Ktesias, die meer geïnteresseerd blijkt in hofintrigues dan in echte onvervalste geschiedenis… Het lijkt er wel op dat de koningen na Xerxes er meer moeite mee hebben de eenheid van het rijk te bewaren. Dit niet door de intrigues, maar doordat zoveel verschillende volkeren en culturen bijeen gehouden werden in dat rijk en doordat ook bepaalde satrapen een onafhankelijker politiek gingen voeren.

De problemen van opvolging na de dood van Artaxerxes I zijn alleen van belang omdat uiteindelijk Artaxerxes II zou worden bedreigd door zijn jongere broer Cyrus, die in zijn leger ook 13000 Grieken had. Na de veldslag waarin Cyrus gedood werd, zullen de Grieken onder leiding van Xenophon na een moeilijke en gevaarlijke tocht hun vaderland weer bereiken: dit is de inhoud van de Anabasis, vroeger althans bekend en berucht onder de leerlingen van de



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Perzië (2)

Cyrus wordt opgevolgd door zijn zoon Cambyses, die de bijnaam “de Heerser” kreeg. Hij vergrootte het Perzische Rijk door Egypte te veroveren en zichzelf tot farao te laten kronen. Na drie jaar in Egypte te hebben doorgebracht, keerde Cambyses naar Babylon terug, maar hij stierf op de terugreis of kort daarna.

Na Cambyses’dood kwam Darius I op de troon, de auteur van de fameuze Behistoen-inscriptie. Deze inscriptie, langs de weg tussen Babylon en Ecbatana in de rots gehouwen honderd meter hoog, werd door Sir Henry Rawlinson (de



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Perzië (1)

Perzië

Het Perzische Rijk, dat slechts een kleine tweehonderd jaar bestond, tussen 550 en 330 v.C., strekte zich uit van Ethiopië tot in Indië, van Klein-Azië en de Kaukasus in het Noorden tot de Arabische woestijn in het Zuiden.

Perzië of Iran (Ariyanam, land van de Ariërs). Tot die Ariërs, die stammen die Iran vanaf het jaar 1000 (het kan ook wat vroeger of later zijn gebeurd) binnentrokken, behoorden de Meden en de Perzen als bekendste. Het zijn Indo-Europeanen. Hun voornaamste militaire kracht lag in het gebruik van paarden.

De Meden.

Zij vormden vóór de Perzen de grootste macht in Iran. Hun gebied lag in het Noord-Oosten. Ze zijn bekend vanuit Assyrische annalen: in centraal Iran werd een stele gevonden, opgericht door de Assyrische vorst Sargon II in de achtste eeuw v.Chr. met het relaas van de veldtochten van Sargon door het gebied van de Meden. Archieven van de Meden zelf heeft men nog niet gevonden. Hun grootste centrum schijnt Hagmatana (door de oude Grieken gekend als Ecbatana) geweest te zijn.
De Meden hebben met behulp van Babylon in 614 v. Chr. een einde gemaakt aan de stad Assoer en het Assyrische Rijk. Daarna, rond 590, trokken ze naar Anatolië, naar het rijk van de Lydiërs, bekend om zijn rijkdom. Na vijf jaar strijd zouden volgens Herodotus na een angstaanjagende zonsverduistering beide partijen de strijd hebben gestaakt. Hun bekendste en tevens laatste koning is Astyages, wiens dochter zou gehuwd zijn met de Pers Cyrus, die een eind zal maken aan de overheersing van de Meden in Iran.

De Perzen: de dynastie van de Achaemeniden.

Een Perzisch soldaat

De eerste grote naam is koning Cyrus. Over wat er vóór hem in Perzië gebeurde en leefde, weten we bitter weinig. Cyrus heeft in 550 v.Chr. de Meden overwonnen. Na hen rekende hij af met de Lydiërs onder Croesus (cfr “zo rijk als Croesus”; de Lydiërs gelden als de uitvinders van het muntstelsel) en onderwierp de Griekse (Ionische) steden aan de Westkust van Anatolië. Tenslotte heeft hij Babylon veroverd, in 539 v.C., en erfde hij heel de cultuur en schatten van het Mesopotamisch gebied (Sumeriërs, Babyloniërs en Assyriërs) Zo werd hij koning over het tot dan toe grootste rijk in de mensengeschiedenis: de oude beschaving van Mesopotamië en de jongere van Klein-Azië (met Lydiërs en Ioniërs).
Wat we over Cyrus weten komt vooral van de Griekse schrijver Xenophon, die een



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Perzië (inleiding)

Perzië of Iran

Inleiding

In de geschiedenis van Mesopotamië, maar ook in die van Griekenland hebben we ze reeds ontmoet: de Perzen. Wat we van hun geschiedenis weten komt voornamelijk van de Griekse historicus Herodotus uit de vijfde eeuw voor Chr., en van de moderne archeologie, de Engelse en Franse ambtenaren, die vanaf de negentiende eeuw om de tijd te doden als vertegenwoordigers van hun land in Iraq en Iran op onderzoek uittrokken en talrijke steden bloot legden. De Perzen bewoonden het huidige Iran, maar zij niet alleen.

Het Midden-Oosten ten tijde van Alexander de Grote

Vóór de invallen van die Indo-Europeanen (Meden en Perzen) was de streek ten Oosten van Mesopotamië al millenia het toneel van oude culturen. De belangrijkste daaronder was, voor zover we nu weten, die van Elam, met Susa als hoofdstad. Daarnaast vond men ook de resten van andere steden in de nabije bergen ten Oosten van Elam en de Perzische golf: Anshan, Aratta enz. De vele vondsten van kleitabletten en van voorwerpen in zilver, goud, albast, marmer, lapis lazuli, lood en ijzer getuigen van een rijkdom en ontwikkeling, die zeker kon concurreren met die van Mesopotamië zelf. Deze culturen, waarvan de eerste sporen dateren uit 6000 v.Chr. ontwikkelden zich trouwens in nauwe verwantschap en rivaliteit met deMesopotaamse cultuur.

Rond 4500 v.Chr. ontstaat de stad Susa. Hij werd gesticht en bewoond door de Elamieten, een volk waarvan de oorsprong evenmin als die van de Sumeriërs kan worden achterhaald: het zijn geen semieten, en uiteraard ook nog geen indo-europeanen. Het proto-elamitisch, hun vroegste taal, is nog niet ontcijferd. De stad kent in de volgende millenia ups en downs, met perioden van onderworpenheid aan Mesopotaamse steden zoals het babylonische Uruk en Ur, maar ook van overwinningen op hun babylonische tegenstanders. De wetstèle van Hammoerabi, dat weten we ondertussen wel, is in Susa teruggevonden. Wellicht was dit een oorlogsbuit uit één van die babylonische overwonnen steden.

Tegen de Assyriërs hebben de Elamieten uiteindelijk het bijltje moeten neerleggen: in 647 voor Chr. wordt de stad door Assurbanipal veroverd en verwoest. Ondertussen echter waren Indo-Europeanen het gebied van wat nu Iran is binnengedrongen: rond 1000 v.Chr (volgens sommige historici vroeger, volgens andere later) vestigen zich Meden en Perzen, de ene ten Noorden, de andere ten Oosten van Elam. Kort na de verwoesting door de Assyriërs zullen de Perzen Susa weer opbouwen en een nieuwe bloeiperiode bezorgen.



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Griekenland(11)

Hellenistische en Romeinse periode: van 323 v.C. tot 395 na C.:

Van 323 tot 280 v.C. krijgen we de strijd om de macht tussen de opvolgers van Alexander de Grote. Het resultaat ervan is de opdeling in drie grote monarchieën, die tot ongeveer 220 v.C. elkaar in evenwicht zullen houden en de Griekse cultuur verder zullen verspreiden. Daarna komt het verval, komen andere Oosterse staten op en worden de drie monarchieën door de Romeinen onderworpen en ingelijfd.
De drie monarchieën zijn

    Egypte, onder Ptolemaeus, historicus en veldheer van Alexander. Zijn dynastie zal tot in het jaar 30 v.C. blijven bestaan, en daarna zal Egypte deel gaan uitmaken van het Romeinse Rijk. Hoofdstad: Alexandrië (gesticht door Alexander de Grote), centrum van de hellenistische cultuur.
    Mesopotamië, Perzië en een deel van Klein-Azië, onder Seleucus met als hoofdstad Seleucia. Het blijft een vrij los verband, waarbinnen verschillende min of meer onafhankelijke gebieden ontstaan, zoals het rijk van de Parthen (in 247 v.C. gesticht na een inval van Skythiërs uit het noorden) en het Grieks-Bactrische Rijk aan de uiterste oostgrens van de toen bekende wereld.
    Macedonië, onder Antigonus en opvolgers: behelst Griekenland, Macedonië, Thrakië en Klein-Azië.

In de 3e en 2e eeuw v.C. volgen daar drie Macedonische oorlogen, die eindigen op de inlijving van dat gebied bij het Romeinse Rijk. In Klein-Azië zelf zullen de Romeinen strijd leveren tegen een aantal onafhankelijke rijkjes, waarvan de meest bekende zijn: het koninkrijk Pontus (met Mithridates I en volgende), de Galaten (Kelten die in de 3e eeuw Klein-Azië binnendringen) en het rijk van Pergamum of Pergamon, dat in 133 v.C. bij testament wordt overgemaakt aan de Romeinen.

In 146 v.C. wordt Korinthe door de Romeinen verwoest en maakt Griekenland definitief deel uit van het Romeinse Rijk. Maar ook dan nog blijft Athene het culturele centrum bij uitstek.

Vooral keizer Hadrianus zal in de tweede eeuw na C. de stad begunstigen met bouwwerken en beeldhouwwerken. In diezelfde eeuw zal Herodus Atticus, een Athener, een heel fortuin hangen aan de versiering van monumenten in de Griekse steden. Pausanias, een beroemde reiziger, bezoekt in die tijd Griekenland en beschrijft in zijn boek al wat hij daar ziet.

In de derde eeuw na C. vallen de Goten, een Germaanse stam, Griekenland binnen. In 330 wordt Byzantium onder de naam Constantinopel mede-hoofdstad van het Romeinse Rijk. In 393 na C. worden de laatste Olympische spelen gehouden. In 395 na C. gaat Griekenland deel uitmaken van het nu afgescheiden Oost-Romeinse Rijk, en blijft dat min of meer tot in 1453 Constantinopel door de Turken wordt ingenomen en onder de naam “Istanbul” hoofdstad wordt van het Osmaanse of Ottomaanse Rijk.



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Griekenland (10)

Klassieke tijd: 500 -323 v.Chr.

Het begin: terwijl de Klein-Aziatische staten aan de westkust ten prooi vallen aan de Perzen (zie later), bieden de Grieken van Griekenland op suksesrijke manier weerstand: in 490 v.C. in Marathon de Atheners; tien jaar later in Salamis (zeeslag) en Plateiai (op het land) de verenigde Griekse legers. Vooral Athene, dat alleen de Perzen in Marathon en op zee in Salamis had getrotseerd, won aan prestige door deze overwinningen op de Perzen.
Perikles
Gevolg: de Gouden Eeuw van Perikles te Athene (461-429). Athene wordt nu leider van de Attisch-Delische Bond, een bondgenootschap van Griekse steden tegen de Perzen. De Acropolis van Athene, die door de Perzen was verwoest, wordt nu in volle glorie heropgebouwd (met o.a. het Parthenon), dit mede dank zij het zilver uit Laurium, een mijn ten oosten van Athene. Het theater bloeit met Aischulos, Sophokles en Euripides. De beeldhouwer Phidias maakt zijn onsterfelijke beelden. Socrates krijgt naam en school als filosoof. Herodotus schrijft geschiedenis en wordt vader ervan.

De ‘democratie’, de macht van de dèmos of het volk (dwz de burgerij van Athene, uiteindelijk een kleine minderheid van mannen, die uit Atheense vrije burgers waren geboren; de rest waren vrouwen, kinderen, metoiken of gast-vreemdelingen, slaven) wordt uitgebouwd. Sparta, dat een twijfelachtige rol had gespeeld in het tegenhouden van de Perzen, Sparta dat meer en meer de militaristische toer opging, dat Sparta kijkt met lede ogen toe. Echter niet voor lang.

Van 431 tot 404 krijgen we de onvermijdelijke Peloponesische oorlog (Sparta tegen Athene). Deze oorlog eindigt met een nederlaag van Athene en een korte hegemonie van de stadsstaat Sparta binnen de wereld van de Griekse natie. Het is de tijd van de blijspeldichter Aristofanes, die het volk vermaakt met o.m. vrouwenstukken en een stuk, waarin Socrates min of meer belachelijk wordt gemaakt. Het is ook de tijd van de grootste geschiedschrijver van Griekenland, Thoecidides, die wel eens
de vader van de moderne geschiedenis wordt genoemd.

In 371 wordt Sparta verslagen door een andere opkomende macht, nl. Thebe (dat iets noordelijker ligt dan Athene). Thebe heeft de hegemonie voor een tiental jaar. Dan komt Athene weer op, hersteld van de slag, om kort daarna weer met een nieuw gevaar te worden geconfronteerd: de Macedoniërs (een volk dat ten noorden van Griekenland opkwam, vooral door toedoen van Philippus, koning van Macedonië en vader van Alexander de Grote). De redenaar Demosthenes waarschuwt de Atheners tevergeefs tegen het opdoemend gevaar.
In 338 wordt alle Griekse stadsstaten door Philippus veroverd. Plato, de leerling van Socrates, die al zijn filosofie te boek stelde, Aristoteles, zijn beroemde leerling en leermeester van de latere Alexander de Grote, en Xenophoon, de historicus zijn er getuige van.

In 336 v.C. wordt Philippus vermoord en volgt zijn zoon Alexander hem op. Deze twintigjarige zal in een tiental jaren heel het gebied, dat toendertijd beschaving kende, veroveren (hij trekt tot in Indië). Met die verovering begint de wereldwijde uitstraling van de Griekse cultuur: het Hellenisme.In 323 sterft Alexander de Grote en laat een rijk achter dat te groot is om door één man te worden bestuurd.

De vierde eeuw is de eeuw van het verlies van de onafhankelijkheid van de Griekse stadsstaten, een eeuw van verwarring en onzekerheid. De practische filosofie van het Stoicisme (met Zeno) en het Epicurisme (met Epicurus) probeert een antwoord te geven aan hen, die op zoek gaan naar gemoedsrust binnen deze gestoorde tijd. Ook het mysticisme heeft in die tijd veel aanhangers.



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Griekenland (9)

Archaische periode: 750-500 v.Chr.

In 776 v. Chr. worden de eerste Olympische spelen gehouden: een belangrijke datum voor het Griekse ‘gevoel’: niet een staatsstructuur, maar een gevoel van eenheid van taal en cultuur zal de Griekse beschaving kenmerken. Olympia, waar sindsdien om de vier jaar spelen werden gehouden was niet de enige plaats waar dat gebeurde; ook in Delphi, ter ere van Apollo, in Nemea ter ere van Zeus, en te Isthmia, ter ere van Poseidon, werden regelmatig spelen georganiseerd. De winnaars van deze vier spelen werden gekroond; de winnaars van de jaarlijks terugkerende spelen in Athene, de Panathenaea, kregen een amfoor met olie.
In het begin van deze periode verschijnt het gemunte geld, een uitvinding van de Lydiërs, een volk uit Klein-Azië met als hoofdstad Sardis, uitvinding die wordt overgenomen door de Klein-Aziatische Grieken. Met het geld vergroot ook de handel: deze bevordert verdere ‘colonisering’ en de vorming van een burgerij, een ‘aristocratie’ (of overheersing van de besten) in de polis. Deze aristocratie vervangt geleidelijk de ‘monarch’ of koning, hoofd van de regering in de verschillende polis. In Athene zal in het begin van die zesde eeuw Soloon, militair, politicus en dichter, de eerste wetgeving voor de stad opstellen.

In de zesde eeuw v.C. staan in verschillende polis ‘mannen van het volk’ op, tirannen (nog zonder negatieve bijklank), die in naam van de sociaal lagere klassen de macht van de aristocratie bevechten en overnemen. In de stadsstaat Athene is dat Peisistratos. Soms gaat het bij die tirannen om echte dynastieën. Maar meestal, als het sociaal probleem is ‘opgelost’, neemt de aristocratie de macht weer over. Enkel in Athene zal de tirannie worden gevolgd door een vorm van ‘democratie‘, dank zij de maatregelen van Cleistenes, zoon van een adellijke familie. Hij gaf elke vrijgeborene het recht te zetelen in de volksvergadering, die werd bestuurd door een ‘boule’ of raad, waar iedere vrije burger tweemaal gedurende één jaar lid kon van zijn.

Athene (in Attica) en Sparta (in de Peloponnesos) komen als leidinggevende steden op de voorgrond tijdens die zesde eeuw. Maar je kan je geen grotere tegenstelling indenken: Athene, erfgenaam van de Ioniërs, en van de Myceense beschaving; Sparta, erfgenaam van de Doriërs met hun militaire ideaal en levenswijze. De volgende eeuw, de vijfde, zal getuige zijn van hun verbeten vijandschap en strijd om leven en dood.
Beeld van een kore  met mantel (peplos)

In diezelfde zesde eeuw groeide het contact van de Griekse ‘colonisten’ met de buitenwereld. Speciaal vermeldingswaard is het contact met Egypte, via Griekse huurlingen en handelaars. De Griekse historicus Herodotus vermeldt de nederzetting Naucratis in Egypte, die hijzelf bezocht en waar de Griekse inwoners vlug heel rijk werden. Het Naucratis van Herodotus is tot nog toe niet met zekerheid gelocaliseerd. In elk geval hebben de Grieken van Egypte de monumentale bouwstijl in steen nagebootst in hun tempels. Met drie stijlen: de Ionische (vooral aan de westkust van het huidige Turkije), de Dorische op het Griekse vasteland, en later de Korinthische stijl. De Griekse bijdrage bestond in de lijn en het evenwicht en vond in deze zesde eeuw zijn uitdrukking in de naakte ‘kouroi‘, beelden van jonge mannen, en in de gedrapeerde ‘korai’, meisjes: de uitbeelding van het lichaam, de manier van staan en de glimlach zijn typisch ‘grieks’.



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Griekenland (8)


3. Griekenland, land van de Hellenen: vanaf 1100 v.Chr.

1100-500 v.C.: de geometrische en archaische periode.

Geometrische periode: 1100-750 v.Chr.

Langzaam herstel van de beschaving, meer dan een eeuw na de verwoestende inval van de Doriërs. Vooral in Attica (met Athene) bij de afstammelingen van de Ioniërs, die gespaard bleven van de inval van de Doriërs, en in Klein Azië.
Homerus, auteur van de Ilias en Odyssee
In die periode, rond de achtste eeuw v.C. moet Homerus geleefd hebben, op de kusten van Klein Azië, de bard aan wie het epos (heldendicht) van de Ilias en dat van de Odyssee worden toegeschreven. Deze beide heldendichten, het ene gesitueerd tijdens het beleg van Troje, het andere in de tien jaar van de val van Troje, weerspiegelen dus een beschaving, die door de inval van de Doriërs was kapot gemaakt: dus een beschaving van een kleine vierhonderd jaar voordien. In de Ilias overheerst het tragisch gevoel van helden, die elkaar genadeloos bestrijden, een strijd waarin zelfs de goden tussenkomen. De Ilias heeft de Griekse mentaliteit van ‘de beste zijn’ weerspiegeld en wellicht ook aangewakkerd want elke Griek (tot vandaag de dag trouwens) wordt ermee opgevoed. De Odyssea is eerder een avonturenroman, van de omzwervingen van Odysseus, held van Troje, vanuit Troje tot bij zijn vrouw Penelope op Ithaka (een eiland aan de westkust van Griekenland). De onderwerpen van de grote tragici uit de vijfde eeuw v.C. (Aeschulos, Sophokles en Euripides) zijn eveneens afkomstig uit de mythen van die vóór-dorische tijd.

Het Griekse schrift, overgenomen van de Feniciërs, die het alfabetisch schrift hebben ‘uitgevonden’, met toevoeging van de klinkers, dateert van ongeveer 900 v.C., dus van vóór Homeros. Toch moeten we aannemen dat de heldendichten van Homeros oorspronkelijk van buiten werden geleerd en van mond tot mond werden overgeleverd: het ritme van het gedicht, de vele herhalingen en terugkomende titels van helden wijzen op die techniek van het van buiten leren.

Rond 800 ontstaan de eerste stadstaten ofte “polis”, het kenmerk bij uitstek van de Helleense samenleving ofte ‘politiek’. Deze stadsstaten werden geleid door een ‘monarch’, een koning naar vroeger Myceens model, maar dan op kleinere schaal. Later zullen de edelen zijn gezag gaan betwisten en komt in zijn plaats een soort ‘oligarchie’ aan de macht: een groep aristocraten, door familiebanden verbonden en georganiseerd in stammen.
Rond die tijd ook, als gevolg van beginnende overbevolking en schaarste aan grond, soms wellicht ook als gevolg van misoogsten en daarop volgende hongersnood, begint de kolonisatie van gebieden in Oost en West, door de Griekse ‘colonisten’: Sicilië (Syrakuse en Agrigento!), Zuid-Italië (o.a. Cumae, bekend voor zijn orakels in de grot van de Sibylle; en Sybaris in de golf van Tarente, bekend voor zijn luxueuze levensstijl; Zuid-Italië werd later bekend als ‘Groot-Griekenland’, zo talrijk waren de Grieken er; ze zullen in de volgende eeuwen in de clinch gaan, eerst met elkaar natuurlijk, daarna met de Etrusken, tenslotte met de Romeinen), de kusten van Frankrijk (Marseille!), Spanje, de Zwarte Zee (Byzantium) enz. Elke colonie bleef in contact met de moederstad en dreef er handel mee.



ALGEMENE GESCHIEDENIS 3. De Oudheid: Griekenland (7)

Rond 1200 v.C. vallen de Doriërs, Grieks-sprekende stammen, binnen, waarschijnlijk vanuit het noorden van het huidige Griekenland. Zij brengen het ijzer mee. De reeds gevestigde stammen wijken uit naar de kusten van Klein-Azië (het huidige Turkije). De westkust ervan wordt bevolkt door Griekse stammen. De Myceners met hun paleizen verdwijnen als volk.

Op het Griekse vasteland breekt nu een duistere periode aan, die zo’n driehonderd jaar duurt en wellicht het gevolg is o.m. van die verwoestende Dorische inval: de Griekse ‘middeleeuwen’, gekenmerkt door een dramatische afname van de bevolking en een gebrek aan materiaal en enige vorm van kunst, althans in de eerste honderd jaar na de ineenstorting van het Myceense systeem.

Grafvondsten op het noordelijke eiland Euboia en op Cyprus (waar wellicht Myceners naartoe vluchtten) en in Salamis (deze laatste echter wel van latere datum: rond 750 v.C.) wijzen er echter op dat de Myceense traditie is blijven voortbestaan, ondanks alles, niet enkel in de literatuur (zoals straks zal blijken met Homeros) maar ook in de leefwijze en andere kunstvormen binnen die duistere eeuwen. De wijze van begraven kwam merkwaardig overeen met de beschrijvingen uit de Ilias, zo dat sommigen hebben gedacht dat het begraven, in Salamis tenminste, gebeurd was onder invloed van het heldendicht. De latere vondsten van graven op Euboia en Cyprus logenstraften dit, daar ze minstens tweehonderd jaar ouder zijn dan de Ilias zelf, die dateert van rond 750 v.C.
Opgravingen te Karphi, in Kreta, hebben verder aangetoond dat op die vrij onherbergzame plaats gedurende ongeveer 150 jaar tot zo’n 3500 mensen hebben gewoond. Wellicht waren dit Myceners, die op vlucht voor nieuw aangekomenen daar hun nieuwe thuis hadden gevonden. Ze hebben die weer verlaten, wanneer 150 jaar later de situatie weer verbeterde.




You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.